Lotta de Ligt en Fanny Klok – twee secretaresses in totaal verschillende fases van hun loopbaan, maar met een opvallende klik. Lotta is net begonnen in het vak; Fanny heeft de pensioengerechtigde leeftijd al bereikt, maar is nog altijd actief als interim-professional. Ze ontmoetten elkaar bij de NIDV (Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid), waar Lotta aan haar eerste baan als secretaresse begon en Fanny tijdelijk werd ingevlogen om haar in te werken. Wat startte als een inwerktraject, groeide uit tot een bijzondere samenwerking vol vertrouwen, feedback en wederzijds respect. In dit gesprek blikken ze terug op wat ze van én met elkaar hebben geleerd – over het vak, over generaties, en over wat het betekent om echt samen te werken.
De start van de samenwerking
Toen Lotta aan de slag ging bij de NIDV, had ze geen duidelijk beeld van wat haar te wachten stond. Maar één ding wist ze zeker: van Fanny viel veel te leren. Fanny maakte direct indruk met haar rustige en toegankelijke stijl – een houding die Lotta vertrouwen gaf.
Toch begon ze met een duidelijke overtuiging: interimmen, dat was niets voor haar. Fanny glimlacht als ze eraan terugdenkt. “Ze zei letterlijk: ‘Dat ga ik dus echt nooit doen.’ Maar ik dacht vooral: dat weet je nog niet.”
De eerste weken waren pittig. Lotta kwam in een wereld terecht vol nieuwe informatie, nieuwe mensen en ongeschreven regels. Ze wilde snel van waarde zijn, maar dat werkte soms averechts. Fanny merkte dat Lotta geneigd was om snel conclusies te trekken en daardoor niet altijd even goed luisterde. Lotta herkent dat nu ook. “Ik wilde het graag goed doen, maar was soms te snel – luisteren moest ik echt leren.”
De communicatie verliep in het begin dan ook niet altijd soepel. Feedback kwam binnen, maar landde niet meteen. Lotta voelde zich even teruggeworpen op zichzelf, alsof ze het allemaal niet goed deed. Fanny besloot het bespreekbaar te maken, direct en zonder omweg. “Gedraag je dan ook niet als een klein meisje,” zei ze. Niet om te kwetsen, maar om de situatie te keren. En dat gebeurde. Lotta begon met andere ogen te kijken, stond meer open voor de samenwerking, en vond haar plek. Vanaf dat moment veranderde de dynamiek – in het werk én in de relatie tussen beiden.
Van generatiekloof naar wederzijds begrip
Het beeld is vaak dat jongere collega’s liever flexibel of vanuit huis werken, terwijl oudere generaties vasthouden aan werken op kantoor. Bij Fanny en Lotta blijkt het net iets anders te liggen. Fanny houdt van de afwisseling: “Ik werk heerlijk thuis. Ik ben wel gewoon helemaal aangekleed hoor – geen joggingpak. En soms werk ik om acht uur ’s avonds nog even lekker door. In m’n eigen tempo, als het maar af is.” Ze weet goed hoe ze haar tijd moet indelen, en vertrouwt erop dat ze haar werk gedaan krijgt – of dat nu thuis is of op kantoor.
Lotta daarentegen heeft een duidelijke voorkeur: “Ik heb het één keer gedaan, thuiswerken. Maar ik vind het juist fijn om op kantoor te zijn. Ik heb die drang nodig.” Voor haar is de werkomgeving belangrijk – de gezelligheid, het contact met collega’s, en de structuur die het kantoor biedt. Daar komt ze beter tot haar recht.
Wat hun samenwerking bijzonder maakt, is de generatiedynamiek tussen de twee. Fanny, met haar ervaring, zoekt bewust de nabijheid van jongere collega’s. “Ik leer zoveel van hun blik op de wereld, hun rust en hun digitale vaardigheden,” zegt ze. Lotta brengt op haar beurt energie en vernieuwing, maar merkt ook hoe haar generatie worstelt met mentale druk en het vinden van balans. “Ik wil graag van betekenis zijn, maar om mij heen zie ik dat mensen steeds vaker in een depressie belanden en dan denk ik, trek je zelf er uit.”
Terwijl Fanny haar kennis bleef overdragen, groeide Lotta steeds meer in haar rol en Fanny vond het fantastisch om te zien hoe zij zich als secretaresse manifesteerde: ”Ik vind het alleen maar leuk en ik zie het ook als een eer, dat ik de mogelijkheid heb gekregen om haar in het ondersteunende vak op te leiden en daar is ze nu eigenlijk wel klaar voor. – Met dank aan Fanny heeft Lotta meer plezier in haar werk: “Ik wil dingen mooier maken, structuur aanbrengen, vooruitdenken. Dat geeft me energie.”
Samenwerken gaat verder dan leeftijd
In de samenwerking tussen Lotta en Fanny zit ook een laag die verder gaat dan alleen leeftijdsverschil. Lotta leerde gaandeweg hoe je in een organisatie soms ook moet kunnen loslaten. “Ik bemoeide me nog weleens met dingen die eigenlijk niet bij mijn takenpakket hoorden,” vertelt ze. “En dan zei Fanny: ‘Handen ervan af.’ Daar had ze gelijk in. Niet alles is jouw verantwoordelijkheid, ook al voelt dat soms zo.” Het was een inzicht dat Lotta verraste – en dat haar manier van werken veranderde.
Ze ontdekten samen dat het echte werk niet altijd in vergaderruimtes gebeurt. “Het gesprek bij de koffiemachine is soms belangrijker dan de notulen,” zegt Lotta. Ze raakten vertrouwd met het idee dat elke organisatie z’n onderstroom kent – de dingen die je niet meteen ziet, maar die wel alles bepalen. “Boven de waterlijn lijkt iedereen gelijk, maar daaronder spelen er vaak andere dingen. Dat moet je leren aanvoelen,” aldus Lotta.
Wat daarbij helpt, is elkaar persoonlijk leren kennen. “Werk en privé zijn bij mij niet zo gescheiden,” zegt Lotta. “Ik wil weten met wie ik werk, wat iemand drijft. Dan kun je makkelijker schakelen.” Fanny beaamt dat. “We behandelen elkaar niet anders vanwege leeftijd, en dat voel je. Lotta is nieuwsgierig naar oudere collega’s, ik naar de jongere generatie. Zo trekken we samen op.”
Wat het verhaal van Fanny en Lotta laat zien, is dat generatieverschillen geen belemmering hoeven te zijn – integendeel. Waar de één ervaring en overzicht brengt, brengt de ander energie en een frisse blik. Ze durven elkaar aan te spreken, stellen zich open en zijn nieuwsgierig naar elkaars perspectief. Het is precies die houding die samenwerking succesvol maakt. Want uiteindelijk draait het niet om leeftijd, maar om luisteren, leren en elkaar de ruimte geven om te groeien. Of je nu net begint of al met pensioen bent: als je elkaar weet te vinden, kom je samen verder.